Jaarverslag TloKB legt pijnpunten bloot, maar roept vragen op over toezicht en toetsing
25 maart 2026
Het jaarverslag van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) laat zien dat het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw begint te werken maar tegelijkertijd ook waar het schuurt. Volgens de VKBN biedt het verslag waardevolle inzichten in de feitelijke bouwkwaliteit, maar legt het ook fundamentele dilemma’s bloot die nog onvoldoende zijn uitgekristalliseerd.
De brancheorganisatie ziet in het onlangs verschenen jaarverslag vooral een bevestiging dat toezicht door kwaliteitsborgers, instrumentaanbieders en de TloKB daadwerkelijk leidt tot meer zicht op de praktijk. Juist dat inzicht is volgens VKBN cruciaal. Maar hoe die inzichten worden geduid, en op basis waarvan stevige conclusies worden getrokken, verdient volgens de vereniging nadere scherpte. Volgens de brancheorganisatie is het positief dat het toezicht van kwaliteitsborgers, instrumentaanbieders en de TloKB zelf steeds meer inzicht oplevert in de feitelijke bouwkwaliteit. Juist dat inzicht vormt de basis om het stelsel verder te verbeteren.
Het jaarverslag maakt duidelijk dat het stelsel niet alleen bedoeld is om te toetsen, maar ook om te leren. Door inspecties en toezicht ontstaat een steeds scherper beeld van waar het goed gaat en waar het beter kan. Voor VKBN is dat een belangrijke constatering. De sector heeft behoefte aan betrouwbare informatie over bouwkwaliteit, juist om de stap te kunnen maken van incidentele projecten naar structurele kwaliteitsverbetering.
Dilemma’s
Maar datzelfde inzicht legt volgens de brancheorganisatie ook een aantal onderliggende dilemma’s bloot. Een van de belangrijkste vragen die uit de inspecties van de TloKB naar voren komt, is hoe moet worden omgegaan met signalen over mogelijke excessen. Wanneer is sprake van een incident, en wanneer van een structureel probleem? En welke rol moet de TloKB daarin nemen? Volgens VKBN ligt hier een duidelijke opgave voor de toezichthouder. Niet alleen in het signaleren van problemen, maar juist ook in het stellen van duidelijke kaders. “De TloKB kan hier echt piketpalen slaan,” zegt VKBN-voorzitter Erik Schot. “Dat vraagt om transparantie over hoe signalen worden opgepakt, welke afwegingen worden gemaakt en welke stappen volgen.”
Een ander spanningsveld dat uit het jaarverslag naar voren komt, is de verhouding tussen risicogericht toetsen en het aantonen van volledige conformiteit met het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het stelsel van kwaliteitsborging is nadrukkelijk gebaseerd op een risicobenadering. Dat betekent dat de aandacht wordt gericht op die onderdelen waar de grootste risico’s zitten. Tegelijkertijd blijft de wettelijke eis overeind dat een bouwwerk moet voldoen aan álle relevante voorschriften. Echter, in de visie van de VKBN schuurt dat in de praktijk. “De vraag is hoe ver je kunt gaan in risicogericht toetsen als uiteindelijk volledige conformiteit moet worden aangetoond,” zegt VKBN-directeur Bob Gieskens. “Daar zit spanning die om nadere duiding vraagt.” Die spanning wordt in het jaarverslag zichtbaar, maar is in zijn ogen nog niet volledig opgelost.
Functioneren
Opvallend in het jaarverslag zijn de soms stevige conclusies over het functioneren van kwaliteitsborgers en instrumentaanbieders. VKBN plaatst daarbij een kritische kanttekening. Zo vraagt de brancheorganisatie zich af op basis van welke concrete meetlatten deze conclusies worden getrokken. Welke normen hanteert de TloKB precies? Hoe worden inspectieresultaten gewogen? En wanneer is sprake van een tekortkoming die aanleiding geeft tot een oordeel op systeemniveau? “Het is belangrijk dat helder is hoe de TloKB tot haar conclusies komt,” zegt Gieskens. “Dat draagt bij aan vertrouwen in het toezicht en aan de voorspelbaarheid van het stelsel.” Volgens hem helpt transparantie over deze beoordelingskaders om de sector beter in staat te stellen om te leren en te verbeteren.
In ontwikkeling
Het jaarverslag laat zien dat het stelsel van kwaliteitsborging nog volop in ontwikkeling is. Dat geldt niet alleen voor de uitvoering in de praktijk, maar ook voor de manier waarop toezicht wordt vormgegeven.
Voor VKBN ligt de sleutel in de volgende fase: het vertalen van inzichten naar concrete verbeteringen. Dat vraagt om samenwerking tussen alle betrokken partijen, maar ook om een toezichthouder die niet alleen constateert, maar ook richting geeft. Schot: “Het stelsel staat of valt met de manier waarop we leren van wat we nu zien,” aldus VKBN. “Daar ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”
Bevestiging
Per saldo ziet VKBN in het jaarverslag vooral een bevestiging dat het stelsel begint te functioneren, maar ook dat de complexiteit groot is. Het inzicht dat nu ontstaat, is waardevol. Tegelijkertijd maakt het duidelijk dat er nog belangrijke vragen openstaan over toezicht, toetsing en verantwoordelijkheden binnen het stelsel. Juist die vragen zijn volgens Schot en Gieskens essentieel om de volgende stap te kunnen zetten: van een werkend systeem naar een systeem dat aantoonbaar bijdraagt aan betere bouwkwaliteit.