VKBN reageert op signalen van VBWTN: de belangrijkste vraag ontbreekt

15 juni 2026

Jennemieke Kleijwegt, voorzitter van BWT Nederland en directeur VTH bij gemeente Utrecht, geeft in een recent interview een helder signaal af: gemeenten zien dingen misgaan in de Wkb-praktijk, en ze willen niet wachten op de formele evaluatie om die aan te pakken. Ze benoemt onder meer stockfoto’s in dossiers en een informatieachterstand bij het bevoegd gezag. VKBN neemt deze signalen serieus. Gemeenten zijn een onmisbare schakel in het stelsel. Maar serieus nemen betekent ook: doorvragen en context bieden. Want achter elk van deze signalen schuilt een vraag die nog niet gesteld is, en die het gesprek verder brengt dan ‘de wet moet gerepareerd worden.’ De meest fundamentele vraag is simpel: wat was het nulpunt?

Een reactie namens VKBN op het interview met Jennemieke Kleijwegt, voorzitter BWT Nederland
Door Erik Schot, voorzitter VKBN  |  juni 2026

Welke kwaliteit van toezicht hadden we vóór 2024?

Vrijwel alle kritiek op de Wkb vergelijkt, expliciet of impliciet, met een stelsel dat wél zou hebben gefunctioneerd. Die vergelijking klopt niet. Het stelsel dat de Wkb vervangt, kende een capaciteitstekort van 1.300 tot 2.200 fte aan ter zake kundige ambtenaren (Brink, 2024). Gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s VTH waren er helder over: toezicht op kleine bouwwerken was structureel nihil. Handhaving vond uitsluitend reactief plaats, op basis van klachten, niet van aanwezigheid op de bouwplaats. Het ‘toezichtsgat’ is al in 2014 gezamenlijk vastgesteld door BWT Nederland zelf, het ministerie van BZK en de VNG, en vervolgens tien jaar lang onbehandeld gebleven.

De preventieve toets die gemeenten formeel uitvoerden was een bureau-check van tekeningen, zonder structurele aanwezigheid op de bouwplaats. De vergunning was geen bewijs van bouwkwaliteit, maar een administratieve handeling. Commissie Dekker constateerde dit al in 2007.

Een eerlijke beoordeling van de Wkb vraagt dan ook om één voorwaarde: dat het nulpunt, de feitelijke staat van het gemeentelijk bouwtoezicht vóór 2024, als verplicht referentiekader wordt gehanteerd. Zonder dat vertrekpunt mist iedere conclusie over ‘werking’ of ‘falen’ haar grondslag.

VKBN wil nadrukkelijk vooruitkijken. De eerste echte nulmeting ligt nu voor ons: twee jaar praktijkervaring, groeiende dossieropbouw, TloKB-data. Dát is het vertrekpunt voor de komende evaluatie. Niet een gefixeerd debat over wat vroeger beter zou zijn, maar een scherp beeld van waar we nu staan en wat de volgende stap is.

Over toetsen: nuance is hier op zijn plaats

Een van de impliciete boodschappen in het BWT-verhaal is dat kwaliteitsborgers onvoldoende toetsen, en dat dit vroeger, onder gemeentelijk toezicht, beter geregeld was. Ook hier is nuance geboden.

Ja, er zijn verschillen in de aanpak van kwaliteitsborgers. Niet elke borgingsbeoordeling heeft dezelfde diepgang. Beoordelingen moeten worden uitgevoerd door planbeoordelaars met de juiste kennis en competenties, dat is een reëel aandachtspunt dat VKBN actief adresseert via de commissie Harmonisatie en via opleidingsprogramma’s.

Maar het is onjuist te stellen dat er door kwaliteitsborgers structureel niet getoetst wordt. De TloKB constateerde bij haar inspecties dat kwaliteitsborgers gemiddeld 2,4 keer op de bouwplaatd aanwezig waren geweest op het moment van het TloKB bezoek, in de praktijk dus nog vaker. Omdat onafhankelijke aanwezigheid nu een expliciet onderdeel is van het toezicht, wordt op uitschieters gehandhaafd. Die enkele partij die het niet nauw neemt, wordt er dus actief uitgefilterd. Dat mechanisme bestond niet in het oude stelsel.

Wie de kwaliteitslat legt bij de nieuwe rol van de kwaliteitsborger, moet diezelfde lat ook eerlijk langs de oude rol leggen. En daarna samen vooruitkijken.

Stockfoto’s: signaal van toezicht, niet van falen

BWT noemt stockfoto’s in borgingsdossiers als zorgelijk signaal. Terecht, maar de duiding verdient aandacht. Als een kwaliteitsborger aantoonbaar onjuiste documentatie indient, is dat een overtreding waarbij de betreffende instrumentaanbieder en de TloKB moeten ingrijpen. Dat dit signaal nú zichtbaar is, komt doordat er borgingsdossiers zïjn. Onder het oude stelsel waren er geen dossiers van bevindingen, geen borgingsplannen, geen plek waar dergelijke tekortkomingen überhaupt konden worden gesignaleerd.

De gebreken waren er vroeger ook. Ze werden niet gezien, niet vastgelegd en niet besproken. Nu worden ze zichtbaar. Dat is geen verslechtering van de bouwkwaliteit, dat is de bouwkwaliteit die eindelijk meetbaar wordt.

De vervolgvraag die hier gesteld moet worden: zijn deze gevallen gemeld bij de betreffende instrumentaanbieder en TloKB, en wat was de uitkomst? Als dat niet is gebeurd, verdient het de voorkeur dat dit alsnog plaatsvindt via de bestaande handhavingsroute. Immers: het stelsel functioneert alleen als álle partijen hun rol oppakken, kwaliteitsborgers, instrumentaanbieders, TloKB én gemeenten. Dat is geen vrijblijvende constatering, maar een gedeelde verantwoordelijkheid. Uit recente data van onder andere VNG blijkt dat lang niet alle gemeenten actief handhaven.

Informatieachterstand: een gedeelde verantwoordelijkheid

Kleijwegt benoemt dat gemeenten te weinig informatie ontvangen om hun nieuwee rol goed te vervullen. Dit knelpunt is herkenbaar, en wordt ook door kwaliteitsborgers zelf gesignaleerd.

De oplossing ligt niet in het terugdraaien van de informatiestructuur, maar in betere informatieprotocollen in de keten, heldere borgingsplannen en aan beide kanten investering in mensen die weten hoe het nieuwe stelsel werkt. VKBN werkt hier graag verder aan samen met BWT Nederland en de andere partijen in de keten.

Goed nieuws: die samenwerking is er wel degelijk al. Overleg met TloKB, de opening van het meldpunt bij IPLO,  beweging in meerdere regio’s. Het is, zoals Kleijwegt zelf nuanceert, “taaie materie” maar het gaat de goede kant op.

Niet wachten op data, maar repareren waarop?

VKBN begrijpt de urgentie die Kleijwegt voelt. Als de dagelijkse praktijk zorgelijke signalen laat zien, is de neiging om te handelen begrijpelijk en menselijk.

Maar wetsreparatie vraagt om precisie. De cruciale vraag is: welke specifieke artikelen of onderdelen van de Wkb dienen aangepast en op basis van welk juridisch of empirisch onderbouwd voorstel? Maakt VBWTN duidelijk welke zaken zij precies willen repareren, dan gaat VKBN dat gesprek graag aan. Want “weeffouten aanpakken” is een begrijpelijke oproep, maar zonder concrete wetsartikelverwijzingen is het lastig te onderscheiden of het om stelselfouten gaat of om implementatieknelpunten die langs andere wegen op te lossen zijn.

De TloKB constateerde zelf in 2024 dat “een conclusie over de werking van het stelsel op basis van de nog kleine aantallen voorbarig zou zijn.” Wij delen die conclusie. De Wkb is tweeëneenhalf jaar oud. Repareren waar écht nodig, ja. Maar laten we dan ook eerlijk zijn over wat een weeffout is en wat een groeipijn.

Wat wél werkt én wat dat zegt

Na decennia van administratief toezicht praten bouwers, kwaliteitsborgers, gemeenten, constructeurs en architecten nu inhoudelijk met elkaar over het Bbl. Over legionellapreventie. Over constructieve veiligheid. Over wat gelijkwaardigheid in de praktijk betekent. Dat gesprek was er niet onder het oude stelsel, tenzij er iets misging, achteraf, bij de rechtbank of in de media.

Een interessante verdieping van het BWT-signaal zou zijn om te onderzoeken waar de samenwerking tussen BWT, instrumentaanbieders en kwaliteitsborgers wél goed verloopt en wat die partijen anders doen. Als problemen clustergebonden zijn, is het antwoord anders dan wanneer ze stelselinherent zijn. Die vraag is minstens even relevant als de vraag naar wetsreparatie.

VKBN pleit voor bestuurlijk overleg en gezamenlijke aanpak

VKBN verwelkomt de kritische blik van BWT Nederland. Gemeenten zijn een essentiële schakel in de doorontwikkeling van het stelsel. Maar de discussie verdient meer dan een wisseling van argumenten en tegenargumenten in vakbladen of sociale media. VKBN roept op tot overleg op bestuurlijk niveau tussen VKBN, BWT Nederland, TloKB en het ministerie van VRO, om de gesignaleerde knelpunten gestructureerd en op basis van feiten te adresseren.

Daarbij is het van belang dat incidenten – de kwaliteitsborger die het niet nauw neemt, de stockfoto in het dossier – niet het beeld over het hele stelsel bepalen. Elke sector kent zijn cowboys. De vraag is of het systeem hen eruit filtert. Dat doet het Wkb-stelsel: via TloKB-toezicht, instrumentaanbiederseisen en toenemende dossiercontrole. Dat mechanisme moet verder worden versterkt, niet vervangen.

Het stelsel heeft betrokken critici nodig én partijen die hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Alleen als kwaliteitsborgers, instrumentaanbieders, gemeenten en TloKB elk hun rol oppakken, kan het stelsel waarmaken wat het belooft. Dat is de inzet van VKBN en wij verwachten dat van alle partijen aan tafel.

Deel deze pagina

Scroll naar boven