Kwaliteitsborgers schieten niet tekort, de meetlat staat ter discussie
17 september 2026
‘Kwaliteitsborgers schieten tekort’, kopte Cobouw naar aanleiding van het halfjaarverslag van de TloKB. Een stevige conclusie, die echter geen recht doet aan de cijfers én voorbijgaat aan een fundamenteel verschil van inzicht over risicogestuurde kwaliteitsborging.

Uit het verslag blijkt immers dat bij 92,8 procent van de geïnspecteerde bouwonderdelen de kwaliteit voldoende was geborgd of een gebrek naar verwachting alsnog zou worden ondervangen. Dat bij 32 van de 64 projecten tekortkomingen zijn geconstateerd, verdient vanzelfsprekend aandacht. Wie aantoonbaar de kantjes ervan afloopt, moet daarop worden aangesproken. En dat dit ook gebeurt, blijkt uit de recente schorsing van drie kwaliteitsborgers door hun instrumentaanbieders. Voor één van de grootste bureaus dreigen mogelijk tot 1.300 projecten stil te vallen. Die schorsingen zijn ingrijpend, maar laten tegelijkertijd ook zien dat het toezicht binnen het stelsel werkt. Zwakke schakels worden aangepakt. De keerzijde is dat opdrachtgevers en aannemers die niets fout hebben gedaan, plotseling zonder kwaliteitsborger zitten. De sector moet klaarstaan om deze projecten zorgvuldig over te nemen.
De werkelijke discussie gaat over de meetlat die de TloKB hanteert. De toezichthouder verlangt dat voor ieder bouwonderdeel aantoonbaar wordt vastgesteld dat het aan het Besluit bouwwerken leefomgeving voldoet. Kwaliteitsborgers werken juist risicogestuurd. Zij bepalen hun inzet op basis van de kans dat iets misgaat én de gevolgen daarvan.
Dat betekent niet dat kleine afwijkingen er niet toe doen. Het betekent wel dat niet ieder onderdeel in elk project met dezelfde intensiteit wordt gecontroleerd. Dat is geen tekortkoming, maar de essentie van risicogestuurd werken: deskundigheid en capaciteit inzetten waar de risico’s het grootst zijn. Zolang hierover geen overeenstemming bestaat, dreigt een verschil in methodiek te worden gepresenteerd als falen van de beroepsgroep.
Ook de suggestie dat uitbreiding van de Wkb onverantwoord is, volgt niet uit de cijfers. Het naast elkaar laten bestaan van twee toezichtstelsels zorgt voor onduidelijkheid en extra werk. Juist uitbreiding naar gevolgklasse 2 biedt de kans om meer ervaring op te doen.
Het gezamenlijke doel staat niet ter discussie: aantoonbaar betere bouwkwaliteit. Laten we daarom zwakke partijen gericht aanpakken, de gevolgen voor onschuldige opdrachtgevers opvangen én het gesprek voeren over een heldere, proportionele en werkbare meetlat. Dat gaat ons pas echt verder brengen.
Erik Schot,
voorzitter VKBN