VKBN: ‘Tijd voor de volgende stap in de Wkb’

22 juni 2026

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Elanor Boekholt-O’Sullivan, houdt vast aan de afgesproken evaluatielijn van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Eerst drie jaar praktijkervaring opdoen, daarna evalueren. Dat blijkt uit de Kamerbrief over de monitoringsrapportage Wkb 2025. Voor de Vereniging Kwaliteitsborging Nederland (VKBN) is dat een verstandige keuze, maar tegelijkertijd is daarmee nu ook het moment aangebroken om vooruit te kijken naar de volgende fase van het stelsel met uitbreiding naar Gevolgklasse 2.

In de brief aan de Kamer stelt de minister vast dat de Wkb werkt. Het aantal bouwprojecten onder kwaliteitsborging groeit sterk, de beschikbare capaciteit van kwaliteitsborgers is toereikend en zowel de monitoringsrapportage van Arcadis als het jaarverslag van de TloKB laten zien dat het stelsel in de praktijk functioneert. De discussie verschuift daarmee steeds meer van verwachtingen en meningen naar concrete ervaringen.

“En dat is precies wat we nodig hebben,” reageert Bob Gieskens, directeur van VKBN. “De eerste jaren stonden vooral in het teken van aannames over hoe het stelsel zou gaan functioneren. Nu ontstaat er een beeld op basis van duizenden projecten. Dat beeld is positief. Natuurlijk zijn er verbeterpunten, maar de fundamentele vraag of kwaliteitsborging werkt, wordt steeds nadrukkelijker met ja beantwoord.”

Bouwplaatsinspecties

VKBN is geen voorstander van het voorschrijven van een verplicht minimum aantal bouwplaatsinspecties of verplichte controles op specifieke onderdelen, zoals Arcadis in haar rapport adviseert. De vereniging steunt de minister dan ook in haar keuze om deze aanbeveling niet over te nemen.

Volgens de vereniging staat zo’n eis namelijk ook haaks op het uitgangspunt van risicogestuurde kwaliteitsborging. Gieskens: “De oplossing ligt niet in meer regels of meer vinklijstjes. We willen niet dat een minimumniveau meteen weer als maximum wordt gezien. De oplossing ligt juist in beter geborgd vakmanschap en een verdere professionalisering van de risicobenadering.”

Daarom wil VKBN samen met haar leden en TloKB de kwaliteit van risicogestuurd toezicht verder ontwikkelen. “De kernvraag moet steeds zijn: zien we de juiste risico’s, nemen we de juiste maatregelen en zijn die maatregelen effectief? Bevindingen uit inspecties op de bouwplaats, van kwaliteitsborgers zelf, van instrumentaanbieders, maar zeker ook van de TloKB en van informatie vanuit het bevoegd gezag zijn hiervoor essentiële input voor eventuele aanpassingen van risicomodellen en borgingsplannen. Die professionele risicodialoog vormt de basis van kwaliteitsborging.”

Daarnaast werkt VKBN aan de ontwikkeling van eindtermen voor verschillende expertises binnen het vakgebied, een systeem voor permanente educatie en een register waarin vakbekwaamheid aantoonbaar wordt vastgelegd. Daarmee wordt het transparanter en eenvoudiger toetsbaar of en hoe zowel grotere kwaliteitsborgers als zogenaamde eenpitters aan de gestelde eisen voldoen. “Deze twee aspecten zijn cruciaal voor de echte kwaliteitsverbetering,” aldus Gieskens.

Gevolgklasse 2

Volgens VKBN rechtvaardigen de resultaten van de monitor een volgende stap: een spoedige uitbreiding van de Wkb naar Gevolgklasse 2, met name voor gestapelde woningbouw. “Juist de partijen die inmiddels veel ervaring hebben opgedaan met de Wkb, grotere aannemers, professionele opdrachtgevers én kwaliteitsborgers, zien de voordelen van het stelsel,” aldus Gieskens. “Dat zijn dezelfde partijen die een belangrijke rol spelen in de gestapelde woningbouw. Als we de kwaliteit van bouwen verder willen verbeteren én de woningbouwopgave willen ondersteunen, moeten we nu ook perspectief bieden op uitbreiding van de scope.”

Volgens VKBN is dat niet alleen belangrijk voor de verdere professionalisering van de sector, maar ook voor de continuïteit van het stelsel zelf. Doorontwikkeling vraagt om voldoende volume, praktijkervaring en investeringsruimte. “Als gevolgklasse 1 de komende jaren ongeveer dezelfde omvang houdt, dreigt de ontwikkeling van het stelsel af te vlakken. We hebben meer aantallen nodig om ervaring op te bouwen, processen verder te verbeteren en te investeren in vakmanschap. Uitbreiding naar gevolgklasse 2 zorgt bovendien voor een versnelling van de ervaringsopbouw bij alle betrokken partijen, waaronder gemeenten.”

Gelijk speelveld

Een belangrijk aandachtspunt uit de monitor is het risico op verschillen in kwaliteit tussen kwaliteitsborgers. VKBN onderschrijft dat een gelijk speelveld essentieel is voor het succes van het stelsel. “Een race to the bottom waarbij kwaliteitsborging verwordt tot kruisjes zetten tegen de laagste prijs is in niemands belang. Als er partijen zijn die onvoldoende kwaliteit leveren, moeten die zichtbaar worden en daarop worden aangesproken.”

VKBN ondersteunt daarom nadrukkelijk de aanbeveling om de informatieketen tussen bouwmelding, startmelding en gereedmelding beter te sluiten. Dat is volgens de vereniging niet alleen van belang voor toezicht en monitoring, maar ook voor eerlijke concurrentie binnen het stelsel. Gieskens: “Projecten mogen zich niet buiten het zicht van gemeenten, instrumentaanbieders of toezichthouders afspelen. Transparantie is een basisvoorwaarde voor vertrouwen.”

De vereniging is in het bijzonder positief over de aangekondigde maatregelen rond de onafhankelijkheid van kwaliteitsborgers, de verduidelijking van opleidings- en ervaringseisen en de betere informatie-uitwisseling tussen bevoegd gezag en kwaliteitsborgers. “Dit zijn maatregelen die bijdragen aan duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Uiteindelijk versterken ze het vertrouwen in de professionaliteit en het vakmanschap van kwaliteitsborgers.”

Niet uitontwikkeld

De minister laat met deze Kamerbrief duidelijk zien dat het kabinet vertrouwen houdt in de Wkb. VKBN onderschrijft de conclusie van de minister dat het stelsel in de basis functioneert, maar nog niet uitontwikkeld is. Daarom is het positief dat de minister niet wacht op de eindevaluatie in 2027, maar nu al verbeteringen in regelgeving en uitvoering doorvoert. VKBN is actief betrokken bij het werkprogramma Wkb-overleg waarin overheid, gemeenten, kwaliteitsborgers en marktpartijen gezamenlijk werken aan verdere verbetering van het stelsel. “We herkennen de verbeterpunten die in de monitor worden genoemd en werken daar zoals aangegeven zelf ook actief aan mee. Het is goed dat de minister niet stil blijft staan, maar nu al stappen zet om het stelsel verder te versterken. VKBN denkt daar graag over mee. De Wkb staat niet meer in de startblokken. Het stelsel draait. Nu moeten we doorpakken. Met verdere professionalisering, een gelijk speelveld, uitbreiding naar gevolgklasse 2 en blijvende aandacht voor kwaliteit. Alleen dan realiseren we de ambitie waarmee de Wkb ooit is gestart: beter bouwen door beter te borgen.”

Lees hier de brief van minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Elanor Boekholt-O’Sullivan.

Deel deze pagina

Scroll naar boven